Spelbeschrijving
Doel van deze oefening
Bij deze oefening leren de leerlingen glijden en balanceren op verschillende niveaus.
Instructie voor de lesgever
Bied glijden aan op verschillende niveaus, zittend of staand en met meer of minder hulpmiddelen. Doe terwijl je uitlegt zelf de verschillende houdingen voor (zittend, staand, skiënd) zodat de leerlingen zien wat kan. Laat één leerling tegelijk glijden, houd de landingszone vrij en sta bij als begeleiding.
Speluitleg
Er zijn vier verschillende niveaus. We beginnen van makkelijk naar moeilijk:
Niveau 1: Dit is de glijbaan welk tussen een turnbrug aan een kast is vastgemaakt. Klim via de klimladder op de kast, leg het matje klaar op de glijbaan (de bank) en ga met je billen en je voeten op het matje zitten. Glijden maar! Lukt dit goed, probeer dan zonder handen te glijden of zelfs staand!
Niveau 2: Dit is de lage glijbaan en is de minder steil. Klim via het wandrek naar boven, begin zittend. Leg het matje op de bank en glij naar beneden door de zijkant van de bank vast te pakken (hiermee kun je snelheid verminderen). Wanneer je bent geweest geef je het matje aan de volgende leerling bij het wandrek. Lukt dit goed, probeer het dan zonder handen.
Niveau 3: Deze glijbaan is wat steiler en gaat dus wat sneller. Klim via het wandrek naar boven, begin zittend. Leg het matje op de bank en glij naar beneden door de zijkant van de bank vast te pakken (hiermee kun je snelheid verminderen). Wanneer je bent geweest geef je het matje aan de volgende leerling bij het wandrek. Lukt dit goed, probeer het dan zonder handen.
Niveau 4: Deze glijbaan zit hoger in het wandrek en staat aan het einde op een kast. Klim via het wandrek naar boven, begin zittend. Leg het matje op de bank en glij naar beneden door de zijkant van de bank vast te pakken (hiermee kun je snelheid verminderen). Wanneer je bent geweest geef je het matje aan de volgende leerling bij het wandrek. Lukt dit goed, probeer het dan zonder handen. Vind je het nog lastig? Vraag dan hulp aan je meester of juf.



