Spelbeschrijving
Doel van deze oefening
Bij deze oefening leren de leerlingen hangend zwaaien met gestrekte armen en een lang lichaam.
Instructie voor de lesgever
Zet twee tot vier situaties voor het ringzwaaien uit en deel de leerlingen vooraf in enkele groepen (afhankelijk van het aantal vakken) van klein naar groot, zodat leerlingen van gelijke lengte bij elkaar in het vak zitten. Leg vooraf duidelijk de instructies en veiligheidsregels uit, doe het zwaaien voor en houd de matten onder de ringen. Sta er bij als begeleiding en laat de leerlingen op eigen niveau oefenen zwaaien.
Speluitleg
Voordat we in dit vak beginnen is het erg belangrijk dat de leerlingen de instructies van de spelbegeleider volgen (Veiligheid). Voordat leerlingen beginnen, maken ze hun handen droog aan bijvoorbeeld hun shirt of broek. Draai de ringen een kwartslag en loop naar achteren. De leerlingen nemen allemaal tegelijk een aanloop naar voren en proberen hun tenen in de voorzwaai naar beneden te laten wijzen. In de achterzwaai mogen de leerlingen afremmen of door proberen te lopen. Belangrijk: wanneer je het gevoel hebt dat je wegglijdt uit de ringen, stop dan eerder!. Dit doen we tot een aantal keer naar voren zwaaien, daarna rem je door met de onderkant van je voet over de mat te glijden wanneer je naar achteren zwaait.



