Spelbeschrijving
Doel van deze oefening
Bij deze oefening leren de leerlingen zelfstandig te dribbelen met de hand en het controleren van de bal.
Instructie voor de lesgever
Geef in een derde van de zaal iedere leerling een bal en zet met gekleurde pionnen verschillende poortjes uit. De leerlingen verplaatsen zich dribbelend met de hand en dribbelen door de poortjes. Gebruik deze oefening als warming-up of kernactiviteit. Stimuleer een lage, gecontroleerde dribbel met het hoofd omhoog en voldoende onderlinge afstand.
Beschrijving
De leerlingen staan verspreid door het vak waarbij op aangeven van de leerkracht of een medeleerling de deelnemers door elkaar heen dribbelen. De leerlingen proberen binnen de afgesproken tijd door zoveel mogelijk verschillende poortjes te dribbelen. Voor ieder poortje krijgt de leerling een punt. Na de afgesproken tijd komen de leerlingen bij elkaar en bespreken ze het aantal poortjes. Wie lukt het om in de tweede ronde door meer poortjes te dribbelen.



