Spelbeschrijving
Opstarten
Bij deze springoefening leren de leerlingen hoogte te maken en op te bouwen richting een salto. Doe de techniek voor en geef ze een observatie opdracht en vraag of wat je goed deed of wat je anders kan doen door het geven van een tip.
Instructie voor de lesgever
Bouw een verhoogd oppervlak (een dikke mat op vier turnblokken) om hoogte te maken. Bij de rechtopstaande sprong neemt de leerling een versnelde aanloop en zet ver voor de trampoline af om zo hoog mogelijk en gestrekt op te springen. Doe de techniek voor, houd voldoende matten op de landingsplek en sta bij als vangbegeleiding.
Rechtopstaande sprong
De leerling neemt een versnelde aanloop en probeert ver voor de trampoline af te zetten. Bij de sprong met twee voeten rondom de cirkel in de trampoline en in de zweeffase daarna naar voren blijven kijken.
Tipsalto
Bij de tipsalto neem je een versnelde aanloop, zet je ver voor de trampoline af en zet je twee voeten rondom de cirkel in de trampoline. Je tikt de dikke mat met beide handen aan en in de zweeffase draai je om je as heen en land je op je billen en achterkant benen (Niveau 1). Wanneer het lukt probeer je na het tippen je onderbenen vast te pakken en uit te strekken zodat je op je voeten kunt landen (Niveau 2). Lukt dit ook, dan probeer je zonder de tikken mat aan te tippen een salto te maken waarbij je in balans land op de dikke mat (Niveau 3).



