Spelbeschrijving
Doel van deze oefening
Bij deze basketbaloefening leren de leerlingen het samen overspelen, vrijlopen en balbezit houden in een overtalsituatie.
Instructie voor de lesgever
Laat vier aanvallers in het wit met één bal spelen tegen één verdediger in het rood. Het aanvallende team in het wit probeert de bal in balbezit te houden door over te spelen en vrij te lopen. Breid de druk zo nodig uit door meer verdedigers toe te voegen. Stimuleer rustige, gerichte passes en positiespel en wissel de rollen regelmatig door.
De oefening
De oefening start met enkele aanvallers en één verdediger. De aanvallers proberen een aantal keer over te spelen. Bij iedere pass beweegt de aanvaller welke zojuist heeft overgespeeld naar de basket richting de hotspot (dit noemen we een snijbeweging). In de hotspot vraagt deze speler nog eens extra om de bal en beweegt daarna naar een vrije plek weg van de bal (de positie in de hoekpositie welke vrij is). Na enkele succesvolle passes komt er een extra verdediger bij en na nog enkele extra passes komt er weer een extra verdediger bij. De aanvallende spelers worden op deze manier steeds meer uitgedaagd om vrij te lopen of zich aanspeelbaar op te stellen. Wanneer er drie verdedigers in het rood in het spel zijn en de aanvallers in het wit lukt het om een aantal keer over te spelen, dan mogen zij rij scoren op de basket.



