Spelbeschrijving
Doel van deze oefening
Bij deze basketbaloefening oefenen de leerlingen aanspeelbaar zijn, overspelen en samenspelen in overtal.
Instructie voor de lesgever
Leg in een derde van de zaal verschillende fietsenbanden neer en speel met drie aanvallers met één bal tegen één vrije verdediger en twee verdedigers bij het poortje met pionnen. De nadruk ligt op aanspeelbaar zijn en het aanspelen van een vrije medespeler. Stimuleer vrijlopen, rustige passes en het behouden van overzicht en wissel de rollen regelmatig. Het accent in deze oefening ligt op het aanspeelbaar kunnen zijn en een andere leerling met een stuitpass via de fietsband aan kunnen spelen. Bij het spel opbouwend teambal wordt de kracht van een stuit pass nog eens extra benadrukt. De stuit pass is niet alleen moeilijker te verdedigen voor veel spelers, maar de aanvallende spelers zonder bal leren daardoor ook nog eens uitstekend vrijlopen.
Speluitleg
In deze oefening beginnen er meerdere aanvallers in het wit en één verdediger in het rood. De aanvallers proberen door over te spelen een punt te behalen door de bal via een stuit in een fietsband te laten stuiten waarbij er aan de andere kant een medeleerling de bal daarna vangt (dit levert een punt op). Na enkele succesvolle punten komt er één extra verdediger bij. Lukt het om weer punten te behalen dan komt er nog een extra verdediger in het rood bij. Hierdoor leren de aanvallers opbouwend om te gaan met verdedigende druk en wordt het automatisch steeds lastiger. Wissel na een aantal minuten, wanneer de aanvallers punten hebben behaald of wanneer de verdedigers de bal een aantal keer hebben onderschept.



