Spelbeschrijving
Doel van deze oefening
Bij dit eindspel leren de leerlingen te dribbelen en te reageren of stil te staan op het juiste moment.
Instructie voor de lesgever
Geef iedere speler een bal behalve de “Anne Maria Koek-Koek” (leerling in het rood), die met de rug naar de groep de bekende woorden roept terwijl de dribbelaars naderbij dribbelen. Draait hij zich om, dan moeten alle dribbelaars stilstaan en hun bal controleren. Wie beweegt, gaat terug. Stimuleer het controleren van de bal en wissel de rol van Anna Maria Koek Koek regelmatig door.
Speluitleg
Alle spelers beginnen vanaf de afgesproken startlijn. Wanneer de leerling in het rood omdraait proberen de overige spelers al dribbelend zichzelf te verplaatsen richting de leerling in het rood, maar let op. Zodra hij aan het einde van zijn zin: ” Anne Maria Koek – Koek” zegt probeer je de bal vast hebben en stil te staan. Ziet de leerling in het rood je nog in beweging dan mag deze speler je terugsturen naar de middellijn en mag je weer deelnemen zodra de leerling in het rood begint met roepen. De leerling welke als eerste over de achterlijn dribbelt mag de nieuwe Anne Maria Koek – Koek zijn.



