Spelbeschrijving
Doel van deze oefening
Bij deze oefening leren de leerlingen balans, lichaamsspanning en op een instabiele ondergrond te balanceren.
Instructie voor de lesgever
Zet in een derde van de zaal twee situaties op: een bank met een breed instabiel oppervlak en een bank met een smal oppervlak (de onderkant). De leerling start bij de pion, klimt op de kast en pakt de touwen vast die aan de ringen zitten en waarop de bank steunt. Bouw de moeilijkheid rustig op, houd matten eronder en sta bij als begeleiding.
Beschrijving
De leerling start bij de pion, klimt op de kast en pakt de touwen vast die aan de ringen vast zitten (hier steunt de bank op). Wanneer je klaar bent probeer je door in evenwicht te blijven over de bewegende bank te lopen. Hierbij mag je gebruik maken van de spotters (medeleerlingen in het groen). Zij kunnen je helpen door een stok naast je te houden, welke je kan vasthouden om over de bank te komen. Zodra je aan het einde komt. stap je rustig op de kast en spring je op de mat. Wanneer je op de mat aan de andere kant bent, mag de volgende leerling starten.



